Blauwe Rus
Uit: Encyclopedie van de kat van Dr. Bruce Fogle
Van Archangel naar de rest van Europa
De Geschiedenis
Volgens de legende stamt de Russisch Blauw van scheepskatten die van de haven van Archangel in de 19de eeuw naar Engeland kwamen. Harrison Weir noemt ze in zijn boek Our Cats uit 1893 bij naam, maar vanaf de Russische Revolutie (1917 tot 1948) stonden ze bekend als Foreign (uit den vreemde) Blues. De moderne Russisch Blauw heeft bloedlijnen van de Brits Blauw en zelfs van de Blue Point Siamees: het gevolg van Zweedse en Britse pogingen het ras in de jaren '50 te doen herleven. In Nieuw Zeeland en Europa zijn er ook zwarte en witte versies ontwikkeld, die geaccepteerd worden in Groot Brittanniƫ, maar niet door de Fife of de Amerikaanse organisaties.
Het Karakter
Het oorspronkelijk tot deze groep behorende ras is de enigszins terughoudende en waardige Russisch Blauw. Hij is voorzichtig en gevoelig voor veranderingen in zijn omgeving en beheerst bij vreemden. Ondanks dat het fokken van Blauwe Russen al een langere geschiedenis kent is het ras qua karakter niet veel veranderd.
Zijn meest levendige kenmerken zijn de dikke glanzende vacht en de smaragdgroene ogen. De zachte, dichte, isolerende vacht voelt apart aan en wordt in de Britse standaard 'het werkelijke criterium van de Rus' genoemd. De typische oogkleur is van recenter datum; de eerste Russisch Blauw, in het Westen tentoongesteld in de Crystal Palace-show in Engeland in 1871, had gele ogen. Pas in 1933 werd in de standaard vermeld dat de oogkleur 'zo helder groen mogelijk' moest zijn.
Het is een lief ras, niet destructief en ideaal gezelschap in huis.
Het uiterlijk: Het lichaam
Het lichaam is relatief lang en mag niet te grof of te fijntjes ogen. Goed gespierd, maar nooit gedrongen of zwaar. De belijning is lang en elegant.
De poten zijn lang maar niet tenger en de kleine voeten zijn ovaal.
De staart is van gemiddelde lengte en loopt toe in een afgeronde punt.
Het uiterlijk: De Kop
Het hoofd is langer van de oren naar de ogen dan van de ogen naar de neus. De neus heeft een zo recht mogelijk profiel zonder stop.
Het hoofd is breed, gematigd wigvormig en mag niet te lang zijn. De oren zijn hoog aangezet, breed aan de basis en redelijk groot: ze lopen in een punt toe. De binnenzijde van de oren is niet of nauwelijks behaard. De ogen zijn groot amandelvormig en staan wijd uiteen. De kin is sterk en de snorhaarkussentjes moeten vol zijn. De hals is lang en krachtig.
De vacht is dubbel met een zeer dichte ondervacht en moet van de huid afstaan.
De vachtstructuur van deze kat is met geen enkel ander ras te vergelijken.
Het uiterlijk: De kleuren
Blauwe russen komen in 3 verschillende vachtkleuren voor. Blauwgrijs is de meest bekende en geliefde kleur. Maar er worden ook katten van dit ras geboren met een zwarte of witte vacht. Deze worden niet door alle overkoepelende organisaties erkend.
De blauwe vacht behoort blauwgrijs en zo egaal en zuiver mogelijk van kleur te zijn met een zilverachtige schijn. Hierdoor glimt de vacht.
Spooktekeningen en witte haren worden op tentoonstellingen als fout aangemerkt.
De neus en de voetzolen zijn eveneens blauwgrijs en de ogen behoren intens groen te zijn. Gele nuances in de ogen worden als fout gezien.
Soms duurt het een paar jaar voordat de felle groene oogkleur zich uiteindelijk ontwikkeld heeft.
De Witte Rus is zuiver wit, met roze neusspiegel en roze voetzooltjes: de ogen zijn groen, odd-eyed (een groen en een blauw oog) of blauw. De Zwarte Rus is zuiver zwart, met een donker neusleertje en donkere voetzolen. Ook deze kleur heeft de kenmerkende groene ogen.